Giethoorn – Doopsgezinde Kerk

Het gehele orgel (binnenwerk van diverse herkomst in Proper-kas uit 1911) uit werd in 2006  door mij geherintoneerd op basis van hogere winddruk, waarbij het tamelijk grove grondtonige klankbeeld werd omgebogen tot een ontspannen klassiek klankbeeld. Om die reden was het orgel als experiment voorzien van een ongelijkzwevende 1/6-komma stemming naar eigen ontwerp. Op uitdrukkelijk verzoek van de organisten is dit veranderd in een gelijkzwevende stemming.

Het instrument werd op 15 juli 2006 opnieuw in gebruik genomen met een registerdemonstratie door Sander Booij en een orgelbespeling door een plaatselijke organiste.

Giethoorn_front

Geschiedenis

 

Het oorspronkelijke orgel is in 1911 gebouwd door Jan Proper uit Kampen. Het betrof een pneumatisch orgel met één manuaal en een Subbas op het Pedaal. In de jaren 50 van de vorige eeuw was dit instrument totaal versleten, en is er als vervanging voor het onbruikbare Proper orgel beneden in de kerkzaal een elektronicum geplaatst. Het Proper orgel bleef vanaf die tijd ongebruikt in de kerk staan.

 

In 1988 bouwde Hans Kriek een ander binnenwerk in de Proper kas. Hij maakte hierbij gebruik van een oude windlade van H.H. Hess die na diverse omzwervingen in het bezit van Hans Kriek was gekomen. Deze windlade was door Van den Bijlaardt al eens aangepast, o.a. het aanbrengen van een tweede kleppenkast zodat het geschikt werd voor twee manualen. Op deze windlade van Hess werd het nog bruikbare pijpwerk van Proper gebruikt, aangevuld met ander passend materiaal. De Viola 8′ werd afgesneden tot een Quint 3′. De frontpijpen voor de Prestant 8′ werden elektrisch aangestuurd, om lange conducten te vermijden.

 

De kas werd door Henk van der Luyt uit Aalten overgeschilderd in imitatie-eiken, de labia van de frontpijpen verguld, en de klavieren belegd met buxushout. De intonatie werd geëgaliseerd door Jan Koelewijn uit Heerde, die het orgel ook in onderhoud kreeg. In de jaren 90 van de vorige eeuw heeft Koelewijn de Openfluit 8′ vervangen door een Roerfluit 8′, waarbij de bas van de Mixtuur door hem werd verwijderd en opgeslagen in de orgelkas, in verband met ruimtegebrek voor de ‘nieuwe’ Roerfluit.

 

Omdat het elektrische gedeelte voor de Prestant 8′ niet goed functioneerde, is dit systeem begin 2006 door Hans Kriek en Klaas Jan Otter (lid van de kerkelijke gemeente aldaar) vervangen door een ander systeem. Bij deze gelegenheid zijn er tevens een aantal andere zaken uitgevoerd, namelijk het vervangen van de magazijnbalg door twee parallel geplaatste magazijnbalgen.

 

De totaal verwormde Subbas van Proper is vervangen door een andere mahoniehouten Subbas, afkomstig uit het voormalige Elbertse orgel in de St. Antoniuskerk te Ede. De ‘nieuwe’ Subbas is op een aparte lade buiten de orgelkas geplaatst. Op de plaats van de Roerfluit 8′ die door Koelewijn was geplaatst, is een andere Openfluit 8′ terug geplaatst, afkomstig uit het Vermeulenorgel in de St. Janskerk te Vlijmen, bij deze gelegenheid is de bas van de Mixtuur weer herplaatst.

 

huidige dispositie

 

Manuaal I: C-f

Prestant 8′ – C-h0 in front
Openfluit 8′ – C-H gedekt, vervolg open, vanaf c1 overblazend
Octaaf 4′ – C-H in Prestant 8′
Roerfluit 4′ – f2-f3 conisch open
Quint 3′ – was tot 1988 de originele Viola 8′ van Proper, thans afgesneden tot 3′
Octaaf 2′
Mixtuur II-III

 

Manuaal II: C-f3
Holpijp 8′ – C-H hout, vervolg orgelmetaal
Gamba 8′ – vanaf c0
Fluit 4′ – gedekt
Nachthoorn 2′ – heterogeen pijpwerk
Cornet IV – is in werkelijkheid een Sesquialter II discant (2 2/3′ – 1 3/5′)

 

Pedaal: C-d1

Subbas 16′ – afkomstig uit het voormalige Elbertse orgel in de Sint-Antoniuskerk te Ede
Gedekt 8′ – C-d0 transmissie van Subbas 16′

 

Koppelingen: uitgevoerd als voettreden

I + II
P + I
P + II

Tremulant over het gehele werk

 

Stemming: gelijkzwevend
Toonhoogte: A1=440 Hz.
Winddruk: 84 mm